Nieuwsarchief
Eempolder 2003 - 2008 | Eempolder 2003 - 2008 |
Vanaf 1973 worden elke 14 dagen alle vogels geteld in de westelijke Eempolders. Inmiddels zijn er meer dan 1000 tellingen uitgevoerd. Jan Mooij, coordinator van de werkgroep Eempolder tellingen heeft een rapport gemaakt met de resultaten van deze tellingen t/m 2008. In deze periode zijn grote veranderingen opgetreden.
In de periode 2003 tot en met 2008 zijn 1.050.553 vogels geteld van 149 soorten. Ter vergelijking: in de twee periodes waarover het vorige rapport ging waren dat voor 1991 t/m 1996 732.782 vogels van 156 soorten en voor 1997 t/m 2002 910.166 vogels van 147 soorten. Het blijkt dus dat het gemiddelde aantal getelde vogels per jaar toegenomen is. Dit is voor het grootste deel het gevolg van de toename van het aantal ganzen in de polder. In het vorige rapport meldden wij dat er 173 soorten waren waargenomen. Het ging daarbij over het tijdvak 1991 t/m 2002, dus over twaalf jaar. Dit verklaart waarom het getal flink hoger is dan voor deze zes jaar. Er waren in totaal negen soorten die wel in de laatste zes jaar waargenomen werden, maar niet in de twaalf jaar ervoor. Dit waren: geoorde fuut, mandarijneend, krooneend, eidereend, zeearend, krombekstrandloper, velduil, sprinkhaanzanger en raaf. De meeste van deze soorten zijn toevallige gasten, die toevallig in deze zes jaar een enkele keer opduiken. Een uitzondering is de raaf, die vier keer gezien is. Het lijkt er op dat hij echt talrijker is geworden. Daar tegenover staan als verdwenen: roerdomp, kleine rietgans, zwarte zee-eend, wespendief,
zwarte wouw, ruigpootbuizerd, visarend, roodpootvalk, patrijs, kwartel, jufferkraan, drieteenstrandloper, dwergstern, kuifleeuwerik, boompieper, beflijster, grote karekiet,
goudhaantje, grauwe klauwier, roek, frater, barmsijs, sneeuwgors, grauwe gors, geelgors en
ortolaan. Ook hier gaat het vooral om incidentele gasten. De roerdomp, de ruigpootbuizerd en
de patrijs werden in het begin van de tellingen regelmatig gezien, maar waren al jaren vrijwel
verdwenen. In alle drie gevallen gaat het om soorten die ook landelijk sterk achteruit gegaan
zijn.Een aantal trends die in het vorige rapport werden geconstateerd zetten zich in deze zes jaar voort. Zo nam het aantal ganzen in de polders sterk toe. Vanaf 2005 gold een nieuwe regeling voor het gedogen van ganzen in de winter. De boeren in de Eempolders namen daar niet aan deel omdat ze de bijbehorende vergoedingen onvoldoende vonden. Dat betekende dus dat buiten het reservaat ganzen vanaf die tijd verjaagd mochten worden. Desondanks namen alle soorten die in redelijke aantallen voorkomen toe. Opvallend was dat er relatief veel grauwe ganzen en kolganzen in de Zuidpolder te Veld werden gezien, al bleef het telgebied Noord verreweg het belangrijkst. De extreem sterke toename van de canadese gans en de nijlgans zette zich ook voort. Een aantal eendensoorten namen in deze zes jaar ook toe. Rond de winter van 2007/2008 waren er zeer veel veldmuizen. De buizerd en de blauwe reiger kwamen hier kennelijk op af, de aantallen waren nog nooit zo hoog geweest. Ook de grote zilverreiger kwam in deze periode extreem veel voor. De aantallen van de torenvalk waren duidelijk hoger dan normaal, maar de piek was lang niet zo hoog als bij muizenjaren in het verleden. Met de weidevogels is het beeld wat wisselend. De trend dat in het vroege voorjaar veel weidevogels zich verzamelen bij plasjes in het reservaat zet door. Daardoor lijken de totale aantallen vaak nog redelijk op peil te blijven. Bij de scholekster is sprake van een stabiel totaal aantal maar van afnemende aantallen aan het einde van het seizoen, wat wijst op een slecht broedresultaat. Bij de grutto is dat in mindere mate het geval, en de laatste jaren is in deze periode sprake van een lichte toename. De tureluur en de kievit zijn stabiel. Uit weidevogelinventarisaties blijkt dat de watersnip en de kemphaan zo nu en dan wel eens in ons gebied broeden, maar in aantallen die te klein zijn om met onze telling te volgen. Nadat de veldleeuwerik al vele jaren achteruit gegaan was stortten de aantallen vanaf 2002 in. In de laatste jaren echter was weer sprake van enig herstel op een zeer laag peil. De graspieper is nog in behoorlijke aantallen aanwezig maar vertoont de laatste jaren een dalende tendens. De gele kwikstaart wordt zo nu en dan in de broedtijd gezien. Uit inventarisaties blijkt dat hij nog in kleine aantallen in het gebied broedt. |
Kievit in de Eempolder door Frans van Lier
handleiding.