|
Eind september zien we op teletekst dat het weer in Nederland de eerst komende dagen aardig droog zal blijven en dus besluiten we op vakantie te gaan naar de kop van Noord-Holland. Zestien kilometer ten zuiden van Den Helder aan het Balgzand. Het natuurgebied Balgzand is de naam van het waddengebied gelegen tussen Den Helder en het voormalig eiland Wieringen. Het is een van de belangrijkste vogelgebieden van Noord-Holland en we hebben er zin in.
We hebben de mazzel om een stacaravan te kunnen huren OP de dijk met uitzicht op het Balgzand. Meestal zijn huizen, caravans en dergelijke gesitueerd achter een dijk, de “onze� dus niet. Vanuit de woonkamer, zittend in een geïmproviseerde luie stoel met de telescoop voor onze neus kunnen we de vogels die komen en gaan gadeslaan. We genieten van het rustig kunnen observeren van het foerageer gedrag en methodes voor het verkrijgen van de maaltijden van de verschillende soorten vogels. De bergeend wroet als een varken lekker in de modderige bodem. Het is onvoorstelbaar hoe een scholekster telkens weer een schelp weet open te krijgen. Plevieren gebruiken hun ogen voor het zoeken naar de prooien. Door hun korte snavel pikken ze dan ook heel oppervlakkig. Terwijl de steltlopers met langere snavel diep in de bodem zitten te peuren zoals bijvoorbeeld de Rosse grutto’s. De steenloper is de enige die telkens weer het wier optilt en wegsmijt.
Balgzand is een waddengebied dat grotendeels droogvalt bij eb en vormt zo een enorm voedselgebied voor vogels. Balgzand is een op zichzelf staand getijdengebied. De schorren met hun zoutminnende vegetatie zijn in Nederland schaars. De informatie die we vooraf hebben gelezen dat er wel tienduizenden vogels op het Balgzand kunnen vertoeven was niet overdreven. Het stuk Balgzand voor onze deur valt twee keer per dag droog. Dan is het foerageren geblazen voor de vele duizenden vogels. Met de komst van het hoogwater zoeken de vogels het hoger op en bevinden ze zich vaak op zandplaten, op de eilandjes en dicht bij de dijk. Bij het opkomend water na de eb, zoeken de vogels nog even naarstig naar voedsel. Dan komen de vogels tot vlakbij de dijk, dus we hebben kaartjes op de eerste rang. Van zo nabij zien we pas goed hoe fraai een oeverloper of zilverplevier eigenlijk is.
Elke dag kunnen we duizenden bergeenden, scholeksters, wulpen (enkele regenwulpen), kokmeeuwen, Bonte strandlopers, Zilver- en/of Goud plevieren, aanschouwen. Honderden kluten, Rosse grutto’s, kanoetstrandlopers, oeverlopers, bontbekplevieren, zilvermeeuwen, aalscholvers, Grauwe ganzen en visdieven. Tientallen steenlopers. Verder nog mantelmeeuwen, lepelaars, slobeenden, enkele dwergmeeuwen, drieteenstrandlopers, Grote zilverreigers, tureluurs, op de dijk tapuiten en graspiepers. En tientallen vogels waar we van kunnen genieten, maar niet kunnen thuis brengen. We zijn blij verrast de smienten, wintertalingen en pijlstaarten toch in winterkleed te kunnen herkennen. Het is werkelijk schitterend en imposant zoveel vogels tegelijkertijd te zien.
Nog geen driehonderd meter van de stacaravan aan het Balgzand staat het uit 1919 daterende gebouwtje van de Rijks Peilschaal. In dit huisje kon vroeger de waterstand van de waddenzee worden afgelezen middels een peilstok. Dat was in de tijd dat er nog niet zoveel zand in de Waddenzee lag en het huisje een open verbinding met de zee had.
Tijdens eb kunnen we eventjes lopen op de droge schorren van Balgzand. Een vierkante meter wad, bevat het meeste leven van de hele wereld. De aanvoer van o.a. stikstof en organisch materiaal naar het ondiepe water van de Waddenzee zorgt bij iedere ebbeweging voor een heel dun laagje vruchtbaar slib. Dat merken we dus, het slib is zo glad als ijs en voorzichtig zetten we onze wad wandeling voort. Het vruchtbare slib levert een prima leefomgeving voor algengroei en plankton, die de voedingstoffen uit het slib nuttigen. Deze microfauna en microflora zijn op hun beurt voedsel voor schelpdieren en wormen. Wadpieren, kokkels, slijkschelpen en wadslakjes zijn hier voorbeelden van. De laatst genoemde zijn klein, maar belangrijk. De ontlasting van deze wadslakjes lijmt het zand en slik aan elkaar en zorgt ervoor dat de bodem niet wegspoelt. Het aantal wadslakjes kan wel oplopen tot 200.000 per vierkante meter. De voedsel keten wordt gesloten door zeehonden en vogels. Deze laatste waren dan ook in grote getale aanwezig, bij hoogwater dicht opeen gepakt op een hoogwatervlugplaats als een dicht geweven perzisch gekleurd tapijt.
Voor het eerst zien we ook de rotganzen variërend in groepen van twintig tot vijftig stuks. Ze komen uit Siberië en hebben een tocht van 4500 kilometer achter de rug om hier in Nederland de wintermaanden door te brengen. De rotganzen vliegen van de slikken en schorren naar de binnenwateren om vervolgens weer terug te vliegen naar de buitendijkse gebieden, waar we ze telkens weer kunnen waarnemen. Ondanks de oktober kou houden we de ramen open, hun karakteristieke roep brengt ons telkens weer in vervoering. Wat een voorrecht te mogen genieten van dit prachtig gebied zo dicht bij huis.
Riny en Gerry
|