Het meest westelijke punt van het vaste land van Afrika ligt ter hoogte van Dakar in Senegal waar de zon twee uur eerder opkomt dan in Nederland. Omdat de kust hier zo sterk afbuigt naar het westen kunnen we aan de zuidkant van Cap Vert in het voorjaar een enorme stuwtrek zien van allerlei soorten kust en zeevogels. Tijdens mijn verblijf van 7-18 april trokken er vele duizenden sterns langs in vele soorten en daartussen zowel de kleine als de middelste jager. Het viel op dat er nauwelijks meeuwen waren en hoewel er ook (pijl)stormvogels te zien waren heb ik die niet op naam kunnen brengen vanwege dit werkbezoek waarbij de telescoop helaas thuis gebleven was.
De koningsstern met zijn karakteristieke zware gele snavel is hier een van de meest opvallende van de grote soorten hoewel er ook elke 5 minuten minstens een reuzenstern langs vloog. Beide soorten broeden in Senegal en Mauritanie en zijn dus minder belangrijk voor Europa. De grote stern is een van de talrijkste soorten die samen met de koningsstern regelmatig een duik neemt om een visje te verorberen terwijl de meeste andere soorten kennelijk meer haast hebben en in een constante stroom langs vliegen, soms als een wolk van sterns. Temidden van die wolken zie je af en toe ook de lachstern. Samen met de wat grotere soorten sterns zaten ook de kleinere soorten zoals visdiefjes en zwarte sterns en af en toe zelfs dwergsterns. Al deze soorten vlogen pal langs de kust en zijn dus heel goed van dichtbij te zien, vooral tijdens de regelmatig voorkomende zware winden of stormen. Wat opviel was de afwijkende vlucht van de noorse stern die hier algemeen was. De noorse stern vliegt in groepjes van ongeveer 10 exemplaren laag over het water en iets verder van de kust. Deze soort lijkt ook sneller te vliegen en had kennelijk meer haast.
Tegenover het hotel waar ik verbleef lijkt de oceaan vol met vis te zitten want soms zitten er honderden sterns vlak bij elkaar in het water om gezamenlijk kleine visjes van de oppervlakte te halen. De rust wordt dan geregeld verstoord door kleine of middelste jagers die de visjes van de sterns willen afpakken. Soms lijkt het alsof een stern kan ontsnappen maar dan komt er een andere jager bij waarmee de stern kansloos is. Deze jagers zijn uitermate behendig en vooral de kleine jager schijnt de wending van sterns te anticiperen en volgen hun prooi net zolang tot die de vis laat vallen en vangt die vis dan meestal nog in de lucht op. Deze twee soorten jagers zijn hier algemeen en soms heb je wel 5 exemplaren in een kijkerbeeld. Je ziet zowel juveniele als volwassen exemplaren, met of zonder verlengde staartveren. De lichte vorm is kennelijk algemener dan de donkere vormen hoewel juveniele exemplaren ook donker zijn.
Dit is een pracht gebied, juist omdat de soorten zo goed te observeren zijn. De piek van de trek (tijdens de periode van mijn verblijf) vond plaats op 10 en 11 april maar ook later bleven de vogels gestaag langs vliegen. Om het geheel nog mooier te maken kwamen er ook af en toe visarenden langs waarvan een pal voor mij ging bidden en er na een duik in het water met een klein visje van 10-15 cm vandoor ging.
Voor verdere informatie kunt u mij mailen op
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Rudy Schippers